Gerrit Aerts Hoflant b. 1496 d. ~ 1561
Aus Rodovid DE
| Sippe (bei der Geburt) | Hoflant |
| Geschlecht | männlich |
| Gesamter Name (bei der Geburt) | Gerrit Aerts Hoflant |
| Eltern
♂ Aert Claes Hoflant [Hoflant] b. 1460 situ. d. 1507 ♀ Meynsgen Claes [?] b. 1470 situ. d. > 1507 | |
Ereignisse
1496 Geburt:
1520 situ. Geburt eines Kindes: ♀ Aeltgen Gerrits Hoflant [Hoflant] b. 1520 situ. d. > Juni 1560
~ 1561 Tod:
Anmerkungen
schout van Zegwaart (1523-1524), heemraadsbode van Schieland (1527-1552), heemraadsbode van Rijnland (1528), schout van Schiebroek (1537, 1539, 1545), baljuw en schout van Bleiswijk (1539, 1550-1560), schout van Hillegersberg en Rotteban (1532, 1548)
tweede huwelijk met Maritgen Jacobsdr, poorter van Rotterdam
Leen 66. 1 morgen land binnen de vrijheid van Rotterdam in Quakernaick, strekkende van de nieuwe vest tot aan de oude vest (1607: buiten de Goudse poort). Belend ten westen: Cornelis van Bruhesen PhIlipsz. (1586: de erfgenamen van Christiaen Carre, 1607: de weduwe van Adriaan Lenertsz. Besemer, 1625: Maria Adryaen Leendert Besemersdochter), ten oosten: Franck Gerijtsz. Zay (1596: Adriaen Lenertsz., 1607: Jan Grijp, 1625: Jan Grijp als man van een dochter van Jan Aertsz. houtcoper).
20-3-1539: Gerijt Aertsz. Hoflandt, na opdracht uit eigen, na koop van Jan- en Gerit van Zoelen, broers, en in ruil voor het leen no. 105. 20-11-1539: Cornelis Pietersz., brouwer te Rotterdam, na overdracht door Gerit Aertsz, Hoflandt.
Leen 105 in Benthysen. Het huis, staande op de landscheiding, met toebehoren, genaamd het Hilhuys. l/. morgen land, gelegen aan het Hilhuys, aan de zijde van Benthuysen. 3 morgen land voor den Hil, tussen Benthuysen en Zegwaert, belend ten noorden: Henrick Claesz. Thol, ten westen: Dirck Claesz. (1539: Dirck Claesz. Schout), en Gherit Hoflandt. 28-1-1537: Gherijt Aertsz. Hoflandt, schout van Sciebrouck, na opdracht uit eigen. 20-3-1539: Gherit Aertsz. Hoflandt, baljuw van Bleyswijck en schout van Schiebrouck, krijgt het leen ten vrij eigen, in ruil voor het leen no. 66.
19-2-1551: Geryt Hofflant Aertsz. geeft voor hem, zijn erven en nakomelingen heer Geryt heer van Assendelft, van Eemskerck, ridder, eerste raad van de keizer, presiderende in Hollandt, enz., de hofstede van Foreest, groot omtrent 8 morgen land, elke morgen om 34 ponden groot Vlaams ,,Teynde maet teynde gelde", gelegen binnen der stede vrijheid buiten de Goutse poort, de stedevest met het gasthuis en Goessen de brouwer zz, Meynsgen IJsbrantsdr. met haar kinderen nz, strekkende voor uit de Rotte tot de buurweg toe. Met conditie dat vsz. Geryt Hoflant is gehouden vsz. hofstede en land te leveren vrij van schot, van lot, van thijns, van des keizers bede en van alle andere lasten, uitgezonderd alleen het molen- en morgengeld. Inplaats van waarborg wordt geleverd bij willig decreet van de Hove van Holland op kosten van de heer van Assendelft en bij oppositie tot kosten van Geryt Hofflandt vsz. Voorwaarde is dat Geryt Hofflandt deze hofstede en landen in huur zal houden gedurende 20 jaren achtereenvolgende, ingaande Petri ad cathedram 1551, elke morgen tot 9 kgld. per jaar. Bij expiratie van de huur is Geryt Hofflandt of zijn nakomelingen gehouden het huis en verdere opstallen die in de koop niet zijn begrepen terstond af te breken, zover als zij met de heer van Assendelft of zijn nakomelingen hierover niet accorderen. De boomgaard zal door Hofflandt en zijn nakomelingen in behoorlijke staat gehouden worden.
16-8-1553: Geryt Hoflant Aertsz. gga de edele, vrome here van Assendelff de huizinge en de timmerage met alle aankleve vandien, staande in Croeswijck op het land genaamd Foreest, dat de edele here van Assendelff van vsz. Hoflant gekocht heeft. Hij cedeert alle recht en actie daarop. Vrij en onbelast. Waarborg Claes Hofflant Gerytsz. met hee in de Lombartstraet, Willem Senten zz en mr. Symon Clesi met Willem Bis die scoenmaker nz.
Von Großeltern zu Enkelkinder

